'Mijn vak gaat langzaam dood', dorpsgarage Sukkel heeft nog geen opvolger - RTV Arnhem

Lead Image 1:
Lead image TXT 1: De garage in de begintijd. Foto: W. Sukkel
Lead Image 2:
Lead image TXT 2: De oude generatie. Foto: W. Sukkel
Lead Image 3:
Lead image TXT 3: Zo vader (links), zo zoon (rechts). Foto: W. Sukkel
Lead Image 4:
Lead image TXT 4: Het kantoor propvol herinneringen. Foto: W. Sukkel
Lead Image 5:
Lead image TXT 5: De oude Jeep. Foto: W. Sukkel
Lead Image 6:
Lead image TXT 6: Tobias Sukkel Foto: W. Sukkel
Lead Image 7:
Lead image TXT 7: Het familiebedrijf op een foto uit de vorige eeuw. Foto: W. Sukkel
De werkplaats van het familiebedrijf. Foto: W. Sukkel

De werkplaats van het familiebedrijf. Foto: W. Sukkel

OOSTERBEEK - Een naam om trots op te zijn, dat zegt Tobias Sukkel over zijn garage W. Sukkel in Oosterbeek. Het familiebedrijf is dé plek voor liefhebbers van oude auto’s, voor mensen die de eenvoud van simpelweg genieten kiezen boven de toeters en bellen van moderne auto’s. Al decennia lang is W. Sukkel daarom een bekende naam in de omgeving. Een naam voor de geschiedenis ook, want een bedrijfsopvolger is nog niet in zicht. Is dat een probleem? “Nee”, zegt Tobias. “Mijn vak gaat langzaam dood.”

Toen opa Wijnand Sukkel in 1921 onder de naam Garage Pietersberg het familiebedrijf startte, was het vak van automonteur allerminst stervende. Zijn oog viel op het oude koetshuis van de rijke Oosterbeekse familie Fleming aan de Paasberg. Waar eerst koetsen en letterlijk paardenkrachten stonden, namen vierwielers de plaats in. “Opa Wijnand was echt een ondernemer. Hij had veel lef en probeerde alles uit”, vertelt Tobias (55) in het kantoor van het garagebedrijf. Overal staan en hangen herinneringen uit het verleden, alles ademt de sfeer van oude auto’s. “Ouwe meuk is leuk, alles heeft een verhaal”, aldus Tobias.

Meer dan sleutelen

De slimme ondernemer Wijnand hield het dus niet alleen bij sleutelen aan auto’s. Hij verhuurde luxewagens en verzorgde taxiritjes voor de welgestelden van Oosterbeek. In de oorlogsjaren maakte hij houtgasgeneratoren, aangezien benzine een schaars goed was en houtgas een goed alternatief was als brandstof. Ook voorzag hij in massieve fietsbanden, die hij maakte van oud rubber.

Benieuwd naar dit familiebedrijf? Kijk dan hieronder de aflevering van Fa. Milie BV. De tekst gaat eronder verder.

Rolverdeling

In 1952 kwam Wijnand te overlijden en naam zijn zoon Sjaak de garage over. Hij trouwde met Riek en samen kregen ze twee dochters en twee zoons, onder wie de toekomstige bedrijfsopvolger Tobias. “De rolverdeling in ons gezin was dat mijn moeder de administratie deed en voor de kinderen zorgde, terwijl mijn vader in het bedrijf werkte. Hij was ingetogener werkte altijd, maar het was ook niet zo dat hij de man was die het vlees sneed”, blikt Tobias terug op vervlogen jaren. Zijn moeder zag hij als de stille kracht achter de onderneming.

De tekst gaat verder onder de foto's.

Afbeelding
De garage in de begintijd. Foto: W. Sukkel

Afbeelding
De oude generatie. Foto: W. Sukkel

Een traditionele rolverdeling dus, zoals garage W. Sukkel anno nu nog steeds nostalgie ademt en vasthoudt aan eenvoud. “Het simpele, het rechttoe rechtaan van oude auto’s. De charme straalt er van af”, zegt Tobias als hij in de smeerput onder een Opel Kadett uit 1963 duikt. Een smeerput is handiger dan een brug, stelt de garagehouder. “Dat was in de jaren zestig iets moderns. Nu is het ouderwets, maar een smeerput heeft als voordeel dat het gewicht van de auto geen rol speelt. Alles rijdt er gewoon overheen.”

‘Mensen komen bij mij terecht’

Genieten van auto’s en autorijden, dat gaat voor Tobias boven alles. De charme straalt volgens hem van oude voertuigen af. “Ze roepen herinneringen en passie op. Dat heb je met huidige auto niet meer. Een aangezien niemand dit werk meer doet en niemand meer weet hoe oude auto's in elkaar zitten, komen mensen bij mij terecht als er problemen zijn.”

De tekst gaat verder onder de foto's.

Afbeelding
Zo vader (links), zo zoon (rechts). Foto: W. Sukkel

Samen met broer

Sleutelen zit hem in de genen. Een deel van de garage deed vroeger dienst als het woonhuis van de familie Sukkel. “Als kind liep ik al tussen de auto’s en wilde ik sleutelen. Vanaf mijn vijfde wist ik dat ik dit wilde doen.” Geen wonder dus dat Tobias in 1992 de zaak overneemt van zijn vader Sjaak, die een jaar later overlijdt. Tobias runt de garage samen met zijn broer, al blijkt dat niet echt een succes.

“We hebben het drie jaar samen gedaan, maar dat werkte niet helemaal. Ik ben toen alleen verder gegaan. In de loop der jaren trouwde Tobias twee keer en kreeg hij dochter Esmée. “Een relatie met een echte ondernemer die dag in dag uit werkt, dat werkt niet goed”, stelt de garagehouder.

Schat aan herinneringen

Maar om zich heen heeft Tobias een schat aan familieherinneringen, variërend van oude reclame-uitingen en de hefboor van zijn opa, tot speelgoedauto’s én een Jeep die vader Sjaak in 1958 op de kop tikte. Het voertuig was een passie van Sjaak. “Hij maakte zelfs een aanhanger waarin je kon slapen en ging wel eens alleen op vakantie. Hij wilde er in 1994 mee naar Normandië, maar dat mocht niet zo zijn. In zijn plaats ben ik toen met een vriend gegaan.”

De tekst gaat verder onder de foto's

Afbeelding
Het kantoor propvol herinneringen. Foto: W. Sukkel

Afbeelding
De oude Jeep. Foto: W. Sukkel

De collectie prullaria en memorabilia neemt nog steeds toe. “Mijn klanten weten dat ik van leuke oude dingen houd en nemen van alles mee voor mij. Autootjes spaarde ik al als klein kind”, klinkt het als een klant zich aandient met een auto in de kleuren van de Amerikaanse Highway Patrol. Die klant blijkt overigens méér te zijn dan alleen maar klant; het is Bas, een oud-collega van de vrijwillige brandweer die af en toe bijspringt als Tobias het te druk krijgt.

Want te sleutelen aan oude auto’s is nog meer dan zat. Alles wat vier wielen en een motor heeft, daar kan het Oosterbeekse familiebedrijf mee uit de voeten. Alhoewel, elektrische voertuigen met nieuwerwetse fratsen, daar ziet Tobias de lol niet van in. “Ik vind het leuk om te laten zien aan de wereld dat het ook nog eenvoudig kan, dat het niet moeilijk hoeft te zijn.”

Geen vierde generatie

Maar de vraag is wel hoe lang het bedrijf nog blijft bestaan. “Mijn dochter is nu 25, en ik ga er niet vanuit dat zij mij opvolgt. Maar dat is niet erg. Mijn vak is aan het doodgaan”, klinkt het zonder spijt. Een vierde generatie lijkt er dus niet te komen voor garagebedrijf W. Sukkel. Zolang het fysiek mogelijk blijft, wil Tobias recht-zo-die-gaat doorgaan.

En die naam? Op een tegeltje in het kantoor prijkt de kreet ‘Je hoeft geen sukkel te zijn om een Sukkel te worden’. Zijn achternaam en de bedrijfsnaam leverden Tobias naar eigen zeggen nooit nadeel op. “Ik blijf nog steeds roepen dat ik er trots op ben. Die naam krijg je, daar kun je niks aan doen. Maar je kunt hem wel met eer dragen.”

Afbeelding
Tobias Sukkel Foto: W. Sukkel

Afbeelding
Het familiebedrijf op een foto uit de vorige eeuw. Foto: W. Sukkel

Deel dit artikel