Live Live

Onderzoek naar Maleise beertjes in Burgers' Zoo

Gepubliceerd: Vrijdag 13 maart 2020 14:41

Onderzoek naar Maleise beertjes in Burgers' Zoo

Het gaat niet zo goed met de Maleise beren in het wild. Volgens de IUCN (International Union for Conservation of Nature) is de status ‘kwetsbaar’.

Ook blijkt het erg lastig te zijn om dieren uit fokprogramma’s terug te plaatsen in het wild. Er is veel meer kennis en dus onderzoek nodig, om deze dieren een betere kans te geven.

In 2019 werden in Burgers’ Zoo eindelijk na jaren drie jongen geboren bij twee verschillende moeders. Verschillende onderzoeken zijn inmiddels uitgevoerd. Deze week presenteerde Lars Vermeeren, student Toegepaste Biologie aan de HAS in Den Bosch, zijn afstudeerscriptie over de ontwikkeling van jonge Maleise beren aan verzorgers, gidsen en educatoren van Burgers’ Zoo. Geen straf, zo lijkt het, om jonge beertjes te bekijken in de Zoo! Maar Lars legt kort uit wat het praktisch inhoudt: 4 uur per dag, 5 dagen per week, buiten bij alle temperaturen van september tot de kerst, de dieren observeren. Op lijsten met type gedrag, heeft hij maandenlang van minuut tot minuut aangevinkt, wat welk beertje doet, met wie en op welke plek in het verblijf. “In het begin heb ik wel eens 3 van de 4 uur naar slapende beren staan kijken, maar later werden ze veel actiever”, vertelt Lars. Dan is het dus ontzettend opletten geblazen om alles van iedere beer goed vast te leggen.

Voor alle conclusies moet nog een en ander aan het onderzoek worden afgerond, maar in ieder geval blijkt dat de moeder die 2 jongen kreeg haar aandacht goed kon verdelen tussen beide beertjes. Ook was er een opvallend verschil in karakter tussen die 2 jongen: de een was aanmerkelijk banger, terwijl de ander veel nieuwsgieriger en brutaler was en zelfs het eten van zijn moeder wilde afpakken. Het is vooral heel erg veel data, waarmee belangrijke verbanden kunnen worden gelegd. Tijdens het onderzoek werd een poging gedaan de man te introduceren bij één van de moeders, maar daar reageerde zij agressief op. Dat gaf veel stress, hetgeen ook zichtbaar was in de datagrafiek: de jonge beertjes gingen bijvoorbeeld veel klimmen (bij angst willen ze zo hoog mogelijk zijn) en bij elkaar zitten.

De student had verwacht tijdens zijn onderzoek vast te leggen, dat de jonge beertjes op een gegeven moment minder zouden gaan klimmen, omdat de zware, volwassen dieren dat ook niet zoveel doen. Maar ze gingen juist vaker klimmen. “Interessant is natuurlijk om vervolgonderzoek te doen, om te achterhalen op welke leeftijd dat klimmen precies afneemt.”

Wat Lars het meest heeft verbaasd is hoe ontzettend gemakkelijk hij de individuele dieren uit elkaar kon houden. “Ik zag als ik aan kwam lopen al aan de houding en wat ze deden, wie het waren, terwijl ik nooit van te voren wist welke moeder met jong(en) die dag in het displayverblijf te zien zouden zijn.” Inmiddels zijn de jongen al bijna net zo groot als hun moeders en zijn de beide vrouwtjes met alle drie de jongen gezamenlijk te zien in hun verblijf in de Rimba. 


Foto: Johanna Kok

Deel deze pagina: